Welkom op de site van Hartekinderen vzw.
VERZEKERING VRIJWILLIGERS
VERZEKERING BURGERRECHTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID
1 Omschrijving van de verzekering
Deze verzekering dekt de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de verzekerden
krachtens het Belgisch of buitenlands recht voor de schade veroorzaakt:
- aan personen, d.w.z. de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels;
- aan goederen, d.w.z. de beschadiging of het verlies van zaken of dieren
en de indirecte schade die daaruitn voortvloeit, zoals gebruiks - en genotsderving.
De verzekerden zijn:
- de organisatie die deze verzekering sluit (d.i. de verzekeringnemer);
- de bestuurders en werknemers van de organisatie;
- de vrijwilligers die georganiseerd vrijwilligerswerk verrichten voor
de organisatie, alsmede de ouders of voogden wanneer ze burgerrechtelijk
aansprakelijk zijn voor de minderjarige vrijwilliger. Voornoemde personen
zijn niet verzekerd als zij zelf beschikken over een verzekering die hun
aansprakelijkheid dekt. Uitgesloten schadelijders: de organisatie kan
geen schadevergoeding krijgen op basis van deze verzekering; de andere
verzekerden daarentegen kunnen ook als een derde aanspraak maken op de
verzekeringsdekking.
2 Wanneer geldt de verzekering?
De verzekering geldt voor schade die is voorgevallen tijdens de duur van
de overeenkomst en die werd veroorzaakt:
- naar aanleiding van de activiteiten die kaderen in de doelstellingen
van de organisatie zoals die omschreven worden in de bijzondere voorwaarden;
- op weg van en naar de activiteiten; het begrip weg wordt geïnterpreteerd
naar analogie van het begrip arbeidsweg in de wetgeving op de arbeidsongevallen;
- door de gebouwen, installaties en goederen die de organisatie voor haar
activiteiten gebruikt.
3 Waar geldt de verzekering?
De verzekering geldt in alle landen van Europa en in de landen die grenzen
aan de Middellandse Zee op
voorwaarde dat de organisatie haar zetel in België heeft.
4 Verzekerde bedragen
De waarborg wordt verleend ten belope van 1 239 467,62 EUR per schadegeval
voor de schade aan personen,
en ten belope van 247 893,52 EUR per schadegeval voor de schade aan goederen.
De verzekeraar betaalt ook de wettelijk voorgeschreven reddingskosten.
Van zodra de schadevergoeding en de
reddingskosten per schadegeval het verzekerde maximumbedrag overschrijden,
worden de reddingskosten
begrensd tot 495 787,05 EUR. Dit bedrag is gekoppeld aan het indexcijfer
van de consumptieprijzen met als
basisindexcijfer dat van november 1992, namelijk 113,77 (basis 1988 =100).
De verzekeraar neemt eveneens de intresten ten las te en de kosten van
de burgerlijke verdediging, inclusief de kosten en erelonen van advocaten
en deskundigen. De betaling van deze intresten, kosten en erelonen gebeurt
volgens dezelfde begrenzingen als deze die gelden voor de reddingskosten.
Ten slotte neemt de verzekeraar de kosten van de strafrechtelijke verdediging
van de verzekerde ten laste zolang de burgerlijke belangen niet geregeld
zijn; de verzekerde heeft evenwel op elk moment de mogelijkheid om op
eigen kosten zelf zijn strafrechtelijke verdediging te organiseren.
5 Omschrijving van enkele bijzondere gevallen
a Schade verzekerbaar in een brandpolis
Deze verzekering geldt niet voor de schade aan goederen door vuur, brand,
ontploffing en rook, die veroorzaakt
wordt door of aan een gebouw (met zijn inhoud) waarvan de verzekerde eigenaar,
huurder of gebruiker is.
Deze uitsluiting geldt niet voor de gebouwen (met hun inhoud) die slechts
bij gelegenheid gehuurd of gebruikt
worden voor de activiteiten van de organisatie. Voor deze gebouwen is
bovendien de aansprakelijkheid verzekerd
voor waterschade en glasbreuk.
b Toevertrouwde goederen
De verzekering geldt niet voor schade aan goederen die een verzekerde
om welke reden ook onder zich heeft of
aan hem toevertrouwd werden, zoals de goederen die hij behandelt of bewerkt,
gebruikt, bewaart, huurt of leent.
Deze bepaling doet geen afbreuk aan de dekking die hiervoor onder 5 a
wordt verleend voor de bij gelegenheid
gehuurde of gebruikte gebouwen.
Voornoemde uitsluiting geldt niet voor de vrijwilligers. Hun aansprakelijkheid
voor schade aan goederen die
hen werden toevertrouwd in het kader van de activiteiten van de organisatie
is verzekerd tot max. 12 394,68 EUR
per schadegeval; zij dragen wel een eigen aandeel in deze schade van 123,95
EUR.
Deze waarborg wordt niet verleend voor:
- de aansprakelijkheid in geval van diefstal of verlies;
- indirecte schade zoals gebruiks - en genotsderving;
- goederen die het voorwerp uitmaken van een werk en die beschadigd werden
tijdens hun bewerking of manipulatie.
c Levering van goederen en uitvoering van werken
De verzekering geldt niet voor schade veroorzaakt door goederen na hun
levering of werken na hun uitvoering,
d.w.z. na de feitelijke, zelfs voorlopige overdracht van de goederen of
de werken waardoor de verzekerde de
materiële controle over de gebruikswijze ervan verliest.
Deze uitsluiting geldt niet voor voeding en dranken die verstrekt worden
ter ondersteuning van de activiteiten van
de organisatie.
d Burenhinder en schade door milieuverontreiniging
De verzekering geldt voor burenhinder bedoeld door art. 544 van het Burgerlijk
Wetboek en voor schade aan
personen of goederen door milieuverontreiniging, op voorwaarde dat de
schade het gevolg is van een plotse en
voor de verzekerde onverwachte gebeurtenis. Milieuverontreiniging is een
nadelige beïnvloeding van de
atmosfeer, bodem en water door de aanwezigheid van stoffen, organismen,
warmte, stralingen, geluid of andere
vormen van energie.
e Motorrijtuigen
De schade veroorzaakt door motorrijtuigen is uitgesloten wat betreft het
risico dat onder toepassing valt van de
verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen of van
het daarbij horende modelcontract.
Is nochtans wel verzekerd als de verzekerde geen beroep kan doen op een
andere verzekering:
- de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door zelfrijdende grasmaaiers
en andere motorrijtuigen
waarvan de max. snelheid niet meer bedraagt dan 15 km/uur op voorwaarde
dat deze rijtuigen niet in het
verkeer worden gebracht;
- de aansprakelijkheid van de organisatie als aansteller voor de schade
die door een verzekerde wordt veroorzaakt
met een onverzekerd voertuig waarvan de verzekeringnemer geen eigenaar,
huurder of houder is;
- de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een verzekerde die,
zonder hiervoor de wettelijk vereiste
leeftijd te hebben, een motor- of spoorvoertuig bestuurt buiten medeweten
van de personen die over hem
toezicht hebben.
f Aansprakelijkheid privé-leven
In de mate dat het Koninklijk Besluit van 12 januari 1984 op deze verzekering
van toepassing is omdat de
aansprakelijkheid die de verzekerde oploopt deel uitmaakt van zijn privé-leven,
wordt de dekking verleend
overeenkomstig de voorwaarden van dit besluit. Dit betekent onder meer
dat de dekking verleend wordt ten
belope van 12 394 676,24 EUR per schadegeval voor schade die voortvloeit
uit lichamelijke letsels, en ten belope
van 619 733,81 EUR per schadegeval voor schade aan goederen. Bovendien
wordt een franchise van
123,95 EUR per schadegeval toegepast voor schade aan goederen. Voornoemde
bedragen worden gekoppeld
aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen. Voor deze koppeling
geldt als basisindexcijfer dat van
de maand december 1983, nl. 88,44 punten (basis 1988 = 100), terwijl het
toe te passen indexcijfer gelijk is aan
dat van de maand die voorafgaat aan de maand waarin het schadegeval zich
voordeed.
6 Niet-verzekerde gevallen
Zijn van deze verzekering uitgesloten:
a de persoonlijke burgerrechtelijke aansprakelijkheid
van een verzekerde voor schadegevallen veroorzaakt door
opzet;
b de persoonlijke burgerrechtelijke aansprakelijkheid
van een meerderjarige verzekerde voor:
- schadegevallen veroorzaakt in een staat van dronkenschap of in een gelijkaardige
toestand door het
gebruik van andere producten dan alcoholische dranken;
- schadegevallen veroorzaakt naar aanleiding van het plegen van geweld
op personen of het kwaadwillig beschadigen
en ontvreemden van goederen;
- schadegevallen veroorzaakt door het kennelijk ontbreken van de vereiste
bekwaamheid of van de vereiste
middelen om een werk uit te voeren, alsmede door inbreuken op elementaire
voorzorgsmaatregelen om een
werk te bespoedigen of om kosten uit te sparen;
De hiervoor vermelde schadegevallen worden beschouwd als zijnde veroorzaakt
door een zware fout.
c de contractuele aansprakelijkheid wegens niet-uitvoering
of laattijdige uitvoering van een overeenkomst;
d de vergoedingen waartoe de organisatie als werkgever
krachtens de wetgeving op de arbeidsongevallen zou
gehouden zijn;
e de aansprakelijkheid die onderworpen is aan een wettelijk
verplicht gestelde verzekering; deze uitsluiting geldt
niet voor de verplichte verzekering inzake brand en ontploffing indien
deze in de polis opgenomen werd, en
doet evenmin afbreuk aan de dekking vermeld onder artikel 5 e;
f de schade veroorzaakt door luchtvaartuigen, zeilboten
van meer dan 300 kg of door motorboten met een
motor van meer dan 10 pk; er is wel waarborg als gewoon passagier;
g de schade veroorzaakt door rijpaarden waarvan een verzekerde
eigenaar is en door andere dieren dan huis -
dieren;
h de schade veroorzaakt door de jacht alsmede de wildschade;
i de schade die verband houdt met (burger)oorlog of gelijkaardige
feiten, oproer, kernreacties, radioactiviteit of ioniserende stralingen.
BURGERRECHTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID NA LEVERING VAN GOEDEREN OF NA UITVOERING
VAN WERKEN
1 Omschrijving van de verzekering
Deze verzekering dekt de burgerrechtelijke aansprakelijkheid die de verzekerden
krachtens het Belgisch of
buitenlands recht oplopen ingevolge de goederen of de werken die de vrijwilligersorganisatie
heeft geleverd of
uitgevoerd in het kader van haar doelstellingen zoals omschreven in de
bijzondere voorwaarden.
Deze verzekering dekt dan de schade die deze goederen of werken hebben
veroorzaakt:
- aan personen, d.w.z. de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels;
- aan goederen, d.w.z. de beschadiging of het verlies van zaken of dieren
en de indirecte schade die daaruit
voortvloeit, zoals gebruiks - en genotsderving.
De verzekerden zijn:
- de organisatie die deze verzekering sluit (d.i. de verzekeringnemer);
- de bestuurders en werknemers van de organisatie;
- de vrijwilligers die georganiseerd vrijwilligerswerk verrichten voor
de organisatie, alsmede de ouders of
voogden wanneer ze burgerrechtelijk aansprakelijk zijn voor de minderjarige
vrijwilliger. Voornoemde
personen zijn niet verzekerd als zij zelf beschikken over een verzekering
die hun aansprakelijkheid dekt.
Uitgesloten schadelijders: de organisatie kan geen schadevergoeding krijgen
op basis van deze verzekering;
de andere verzekerden daarentegen kunnen ook als een derde aanspraak maken
op de verzekeringsdekking.
2 Wanneer geldt de verzekering?
De verzekering geldt voor de schade die voorvalt tijdens de duur van de
verzekering, zelfs wanneer deze
veroorzaakt wordt door goederen of werken die geleverd of uitgevoerd werden
voor de aanvang van de
verzekering.
Onder levering van goederen of uitvoering van werken wordt verstaan: de
feitelijke, zelfs voorlopige overdracht
van goederen of werken waardoor de organisatie of haar aangestelden de
materiële controle over de
gebruikswijze ervan verliezen.
3 Waar geldt de verzekering?
De verzekering geldt voor leveringen gedaan of werken uitgevoerd in alle
landen van Europa en in de landen die grenzen aan de Middellandse Zee,
op voorwaarde dat de organisatie haar zetel in België heeft.
Binnen voormelde perken geldt de verzekering dan over de gehele wereld.
4 Verzekerde bedragen
De maximumwaarborg per schadegeval bedraagt 1 239 467,62 EUR voor de schade
aan personen en
247 893,52 EUR voor schade aan goederen.
Het absoluut maximum per verzekeringsjaar bedraagt 1 487 361,15 EUR, ongeacht
het aantal schadegevallen
die zich in de loop van het jaar hebben voorgedaan.
Onder schadegeval wordt verstaan: het geheel van de schade die te wijten
is aan dezelfde oorzaak; het
schadegeval wordt geacht te zijn gebeurd in het verzekeringsjaar waarin
de eerste schade intreedt.
De verzekeraar betaalt ook de wettelijk voorgeschreven reddingskosten.
Van zodra de schadevergoeding en de
reddingskosten per schadegeval het verzekerde maximumbedrag overschrijden,
worden de reddingskosten
begrensd tot 495 787,05 EUR. Dit bedrag is gekoppeld aan het indexcijfer
van de consumptieprijzen met als
basisindexcijfer dat van november 1992, namelijk 113,77 (basis 1988 =
100).
De verzekeraar neemt eveneens de intresten ten laste en de kosten van
de burgerlijke verdediging, inclusief de
kosten en erelonen van advocaten en deskundigen. De betaling van deze
intresten, kosten en erelonen gebeurt volgens dezelfde begrenzingen als
deze die gelden voor de reddingskosten.
Ten slotte neemt de verzekeraar de kosten van de strafrechtelijke verdediging
van de verzekerde ten laste zolang de burgerlijke belangen niet geregeld
zijn; de verzekerde heeft evenwel op elk moment de mogelijkheid om op
eigen kosten zelf zijn strafrechtelijke verdediging te organiseren.
5 Niet verzekerde gevallen
Zijn van deze verzekering uitgesloten:
- de aansprakelijkheid die reeds gedekt is in de verzekering "burgerrechtelijke
aansprakelijkheid" van deze
polis;
- de schade aan de geleverde goederen of uitgevoerde werken zelf, alsmede
de kosten om ze te vervangen of
te herstellen;
- de kosten van het terugnemen, het intrekken, het herstellen of het vervangen
van goederen of werken die een
reëel of vermoed gebrek vertonen, zelfs wanneer deze verrichtingen tot
doel hebben schade te voorkomen;
- de schadegevallen die te wijten zijn aan opzet of aan een van de volgende
gevallen van zware fout:
- het gebruiken van wettelijk verboden produkten of het toepassen van
wettelijk verboden werkwijzen;
- het kennelijk ontbreken van de vereiste bekwaamheid of van de vereiste
middelen om het werk uit te
voeren of om het goed te leveren;
- het nemen van kennelijk onredelijke risico's om de levering van het
goed of de uitvoering van het werk te bespoedigen of om kosten uit te
sparen.
De verzekering blijft echter gelden voor de verzekerde die aantoont zelf
geen dader of medeplichtige te zijn.
- de schade te wijten aan de gebrekkige toestand van de geleverde goederen
of uitgevoerde werken indien de verzekerde het gebrek werkelijk kende
en toch niet alle nodige voorzorgsmaatregelen genomen heeft om de schadelijke
gevolgen te voorkomen;
- de schade die het gevolg is van het feit dat de goederen of werken geen
of onvoldoende nuttig effect hebben of dat zij de functies niet vervullen
waartoe ze bestemd waren;
- de aansprakelijkheid en/of vergoedingen die het gevolg zijn van boete-,
schadevergoedings -, garantie-, vrijwarings
- of andere contractuele bedingen van soortgelijke strekking, tenzij en
voor zover de verzekerde ook
zonder dergelijk beding aansprakelijk zou geweest zijn;
- de schade die verband houdt met kernreacties, radioactivi teit of ioniserende
stralingen.
VERPLICHTE VERZEKERING VAN DE OBJECTIEVE AANSPRAKELIJKHEID IN
GEVAL VAN BRAND EN ONTPLOFFING
1 Omschrijving
Bij wijze van uitbreiding dekt de verzekering "burgerrechtelijke
aansprakelijkheid" binnen de hierna omschreven
voorwaarden de objectieve aansprakelijk heid van de verzekeringnemer voor
schade veroorzaakt aan derden
door een brand of een ontploffing (wet van 30 juli 1979).
2 Verzekerde bedragen
De waarborg wordt verleend ten belope van 14 873 611,49 EUR per schadegeval
voor schade voortvloeiend uit
lichamelijke letsels en ten belope van 743 680,57 EUR per schadegeval
voor stoffelijke schade. Het geheel van
de schade die te wijten is aan hetzelfde schadeverwekkende feit, wordt
beschouwd als één schadegeval.
Voornoemde bedragen worden gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer
van de consumptieprijzen waarbij
het basisindexcijfer gelijk is aan dat van de maand juli 1991, nl. 110,34
(basis 1988 = 100). De aanpassing van de
verzekerde bedragen gebeurt jaarlijks op 30 augustus.
De verzekerde bedragen kunnen niet gecumuleerd worden met deze die bepaald
zijn in artikel 9 van de algemene
voorwaarden van de verzekering "burgerrechtelijke aansprakelijkheid".
3 Uitgesloten schadegevallen
Alle uitsluitingen en waarborgbeperkingen die voortvloeien uit de verzekering
"burgerrechtelijke aansprakelijkheid",
blijven gelden in deze waarborguitbreiding.
4 Uitgesloten schadelijders
Worden niet als derden beschouwd en kunnen derhalve geen aanspraak maken
op vergoeding:
- de persoon die aansprakelijk is voor het schadegeval op basis van de
artikelen 1382 tot 1386bis van het Burgerlijk Wetboek;
- de persoon die van alle aansprakelijkheid is ontheven krachtens artikel
18 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
5 Relatie tot andere verzekeringen
Op deze waarborguitbreiding kan geen beroep worden gedaan indien een andere
verzekeraar de schade heeft vergoed.
6 Recht van verhaal
Indien de verzekeraar de waarborg kan weigeren (bijvoorbeeld op basis
van een uitsluiting, een exceptie of op
basis van de beëindiging, schorsing of nietigheid van de overeenkomst)
en krachtens de wet toch gehouden is
om de derde-benadeelde te vergoeden, dan beschikt hij over een recht van
verhaal ten aanzien van de verze keringnemer.
Dit verhaal heeft betrekking op de vergoedingen in hoofdsom, op de gerechtskosten
en de intresten die de verzekeraar moet betalen.
7 Subrogatie
De verzekeraar treedt in de rechten van de benadeelde derden die hij vergoed
heeft en in de rechten van de verzekeringnemer tegen de persoon die aansprakelijk
is voor het schadegeval.
Behalve in geval van opzet wordt dit subrogatierecht niet uitgeoefend
tegen een persoon (of een gezinslid ervan) die de hoedanigheid heeft van
verzekerde volgens de algemene voorwaarden van de verzekering "burgerrechtelijke
aansprakelijkheid".
Voornoemde afstand geldt slechts in de mate waarin de aansprakelijke persoon
de schade niet daadwerkelijk kan
afwentelen op een aansprakelijkheidsverzekering of op een andere aansprakelijke
persoon.
VERZEKERING RECHTSBIJSTAND
Deze verzekering wordt beheerd door DEFENDO, de gespecialiseerde afdeling
rechtsbijstand van
KBC Verzekeringen.
1 Toepassingsgebied
Deze verzekering geldt voor de verzekerden die schade lijden of een misdrijf
begaan:
- tijdens de activiteiten die kaderen in de doelstellingen van de organisatie
zoals die omschreven worden in de
bijzondere voorwaarden;
- op weg van en naar de activiteiten; het begrip weg wordt geïnterpreteerd
naar analogie met het begrip
arbeidsweg in de wetgeving op de arbeidsongevallen;
- in verband met de gebouwen, installaties of goederen die de organisatie
voor haar activiteiten gebruikt.
De verzekerden zijn:
- de organisatie die deze verzekering sluit (d.i. de verzekeringnemer);
- de bestuurders en werknemers van de organisatie;
- de vrijwilligers die georganiseerd vrijwilligerswerk verrichten voor
de organisatie, als zij zelf niet beschikken
over een verzekering die hen rechtsbijstand verleent.
2 Omschrijving van de verzekering
a Terugvordering van schade
DEFENDO behartigt de belangen van de verzekerden en betaalt de kosten
en erelonen om de door hen geleden
schade terug te vorderen
- van de persoon die hiervoor buiten overeenkomst aansprakelijk is;
- van de verzekeraar of instelling die moet tussenkomen op basis van de
vergoedingsplicht die de wet oplegt
ten voordele van de zwakke weggebruikers (wet inzake de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
van
motorrijtuigen).
Wanneer een verzekerde door het schadegeval een lichamelijk letsel oploopt
of overlijdt, dan kunnen ook zijn
bloed- of aanverwanten die daardoor schade lijden een beroep doen op deze
rechtsbijstand.
Bij overlijden voor de schaderegeling gaat de verzekering voor dat schadegeval
over op de rechthebbenden.
Om belangenconflicten te vermijden wordt er geen terugvordering opgenomen
tegen een persoon die op het
ogenblik van het schadegeval de hoedanigheid van verzekerde heeft in de
verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid
van deze polis, tenzij de schade daadwerkelijk afgewenteld kan worden
op een andere
aansprakelijkheidsverzekering.
b Vergoeding bij insolventie
In de mate dat geen schadeloosstelling verkregen kan worden met de waarborg
terugvordering omdat de aansprakelijke
insolvabel is, vergoedt DEFENDO zelf de schade die door geen enkele andere
instelling ten laste
genomen kan worden.
c Strafrechtelijke verdediging
Wanneer een verzekerde strafrechtelijk vervolgd wordt, hetzij naar aanleiding
van een schadegeval waarvoor de
verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid van deze polis geldt,
hetzij, in het algemeen, wegens een
onopzettelijk misdrijf, dan neemt DEFENDO zijn verdediging ten laste tijdens
het gerechtelijk onderzoek en voor
de onderzoeks- en strafgerechten, en betaalt hij de hieraan verbonden
kosten en erelonen.
DEFENDO neemt ook de gerechtskosten ten laste, maar niet de geldboeten
en minnelijke schikkingen, noch de
kosten voor alcoholtest en bloedproef.
Indien een verzekerde opgeroepen wordt om voor een buitenlandse rechtbank
te verschijnen, dan betaalt
DEFENDO ook de noodzakelijke reis - en verblijfkosten terug.
Bij de veroordeling van een verzekerde betaalt DEFENDO ook de kosten voor
het eventueel indienen van een
verzoek tot genade of eerherstel.
POLIS VRIJWILLIGERSORGANISATIES ABDM4 2
3 Waar geldt de verzekering?
De verzekering geldt in de landen waar de verzekering burgerrechtelijke
aansprakelijkheid van deze polis geldt.
4 Verzekerde bedragen
De waarborgen terugvordering van schade en strafrechtelijke verdediging
worden verleend elk ten belope van 24 789,35 EUR per geval en voor alle
verzekerden samen.
De waarborg bij insolventie wordt verleend ten belope van 12 394,68 EUR
per schadegeval en voor alle
verzekerden samen.
Bij het bepalen van de maximale tussenkomst worden de eigen beheerskosten
van DEFENDO niet in rekening gebracht.
5 Niet-verzekerde gevallen
DEFENDO verleent geen rechtsbijstand:
- voor vorderingen op basis van de wetgeving op de arbeidsongevallen;
- voor de terugvordering van onstoffelijke of loutere vermogensschade
die niet voortvloeit uit schade aan personen of aan goederen;
- voor schade die een verzekerde lijdt (of misdrijven die hij zou begaan)
in een hoedanigheid waarvoor hij geen
dekking geniet in de verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid van
deze polis; de uitsluiting i.v.m. zware fout geldt echter niet voor deze
verzekering;
- voor gebeurtenissen die verband houden met (burger)oorlog of gelijkaardige
feiten, oproer, kernreacties, radioactiviteit of ioniserende stralingen.
6 Vrije keuze van advocaat
De verzekerde beschikt over de vrije keuze van een advocaat of van iedere
andere persoon die de vereiste kwalificaties heeft krachtens de toepasselijke
wet om zijn belangen te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen:
- telkens er moet worden overgegaan tot een gerechtelijke of administratieve
procedure;
- telkens er zich een belangenconflict voordoet met KBC Verzekeringen
of met DEFENDO; DEFENDO verwittigt de verzekerde van zo dra zich een dergelijk
conflict voordoet.
De verzekerde is volledig vrij in zijn contacten met deze personen.
7 Arbitrage
Indien de verzekerde het niet eens is met DEFENDO over de gedragslijn
die zal worden gevolgd voor de regeling van het verzekerde geschil, dan
heeft hij het recht om een advocaat van zijn keuze te raadplegen na de
bekendmaking door DEFENDO van haar standpunt of van haar weigering om
de stelling van de verzekerde te volgen. Deze raadpleging doet geen afbreuk
aan het recht van de verzekerde om een rechtsvordering in te stellen.
Bevestigt de geraadpleegde advocaat de stelling van de verzekerde, dan
verleent DEFENDO waarborg en
betaalt de kosten en erelonen van de raadpleging terug.
Bevestigt de advocaat het standpunt van DEFENDO, dan betaalt DEFENDO de
kosten en erelonen van de raadpleging voor de helft terug.
Wanneer de verzekerde tegen het advies van deze advocaat in, op eigen
kosten een procedure begint en een beter resultaat bekomt dan dit voorspeld
door DEFENDO, dan verleent DEFENDO opnieuw waarborg en betaalt alle verzekerde
kosten en erelonen terug, samen met de kosten en erelonen van de raadpleging.
VERPLICHTE VERZEKERING ARBEIDSONGEVALLEN
1 Omschrijving van de verzekering
a Bij een ongeval dat de verzekerden overkomt, en voor
zo ver de Belgische arbeidsongevallenwet van
toepassing is, waarborgt de verzekeraar de vergoedingen en kosten die
voorges chreven zijn door voormelde wet.
De verzekeraar verbindt zich ertoe deze vergoedingen en kosten uit te
keren aan de getroffen verzekerde of aan
zijn rechthebbenden zonder uitzondering of voorbehoud en ondanks ieder
vervalbeding, en dit voor ongevallen
die zich voordoen vóór het einde van deze verzekering.
b De begunstigden zijn ofwel alle werklieden, ofwel alle
bedienden, ofwel alle werklieden en alle bedienden, tewerkgesteld
bij de verzekeringnemer waarvan de activiteiten omschreven zijn in de
bijzondere voorwaarden.
2 Preventie
De verzekeringnemer zal in de mate van het mogelijke maatregelen nemen
om ongevallen te voorkomen.
De verzekeraar kan ter zake aanbevelingen doen en verbeteringen vragen
om een gebrekkige toestand in overeenstemming te brengen met de wettelijke
en contractuele bepalingen betreffende de bescherming, de veiligheid en
de gezondheid van de werkplaatsen. De verzekeringnemer verleent hiervoor
de nodige samenwerking en geeft aan de afgevaardigden van de verzekeraar
een vrije toegang en een controlebevoegdheid.
Komt de verzekeringnemer het voorgaande niet na, dan mag de verzekeraar
de verzekering opzeggen.
Tevens mag de verzekeraar bij een grove tekortkoming op de wettelijk voorgeschreven
preventie de betalingen terugvorderen voor arbeidsongevallen die hiervan
het gevolg zijn, voor zover de verzekeringnemer van de onwettelijke toestand
specifiek en vooraf in kennis gesteld werd.
3 Subrogatie
Bij een ongeval waarvoor een andere persoon aansprakelijk gesteld kan
worden, oefent de verzekeraar het
subrogatierecht uit dat hem verleend wordt door de arbeidsongevallenwet.
4 Verhaal
Indien de verzekeraar volgens de wet op de verzekeringsovereenkomst (wet
van 25 juni 1992) zijn prestaties had
kunnen weigeren of verminderen, dan beschikt hij over een recht van verhaal
ten aanzien van de
verzekeringnemer.
5 Verplichte vermeldingen arbeidsongevallenverzekering
Als bijlage aan deze verzekering worden de belangrijkste artikelen vermeld
van de arbeidsongevallenwet.
Daarnaast volgen hierna een aantal wettelijk verplichte vermeldingen betreffende
het einde en de opzegging van
de verzekering:
a De opzegging van de arbeidsongevallenverzekering gebeurt
steeds met een aangetekende brief.
b De opzegging na een arbeidsongeval moet ten laatste
gebeuren één maand na de eerste betaling van de
dagelijkse vergoeding aan de getroffene of na de weigering tot betaling
van de schadevergoeding. De opzegging heeft dan uitwerking op de volgende
vervaldag, zonder dat de nog te lopen termijn korter mag zijn dan drie
maanden vanaf de betekening van de opzegging.
c Zegt de verzekeraar de verzekering op om een andere
reden dan een arbeidsongeval, dan heeft deze
opzegging uitwerking na één maand, te rekenen vanaf de dag volgend op
deze waarop de verzekeraar de
werkgever met een aangetekende brief in kennis stelde van de opzegging.
Deze regeling geldt niet in de gevallen voorzien in art. 4 § 2 (voorafgetekende
polis en verzekeringsaanvraag) en art. 16 (opzegging wegens het niet betalen
van de premie) van de wet van 25 juni 1992.
d De verplichte verzekering arbeidsongevallen eindigt
van rechtswege vanaf de datum waarop de verzekeraar niet meer gemachtigd
is om de verzekering arbeidsongevallen te beoefenen.
POLIS VRIJWILLIGERSORGANISATIES ALD41 2
e De bepalingen van de wet van 25 juni 1992 zijn van
toepassing wat betreft de voorwaarden, de wijze en de termijnen waarop
aan de verzekeringsovereenkomst een einde wordt gemaakt door de werkgever
of door de verzekeraar voor zover er niet wordt van afgeweken door de
arbeidsongevallenwet of door de hogervermelde punten.
UITTREKSEL UIT DE WET OP DE ARBEIDSONGEVALLEN
hoofdstuk 1
artikel 6
§1 De nietigheid van de arbeidsovereenkomst kan niet worden ingeroepen
ten aanzien van de toepassing van
deze wet.
§2 Elke overeenkomst strijdig met de bepalingen van deze wet is van rechtswege
nietig.
§3 De rechter ziet bij uitspraak over de rechten van de getroffene en
zijn rechthebbende ambtshalve na of de
bepalingen van deze wet nageleefd worden.
hoofdstuk 2 - schadeloosstelling
AFDELING 1 - DODELIJK ARBEIDSONGEVAL
artikel 10
Wanneer de getroffene ingevolge het arbeidsongeval overlijdt, wordt een
vergoeding voor begrafeniskosten
toegekend die gelijk is aan dertig maal het gemiddelde dagloon. In geen
geval mag die vergoeding evenwel
minder bedragen dan het bedrag van de overeenkomstige vergoeding dat,
op de dag van het overlijden, wordt
toegekend met toepassing van de wetgeving inzake de verplichte ziekte-
en invaliditeitsverzekering.
artikel 11
Benevens de vergoeding voor begrafeniskosten draagt de verzekeraar de
kosten voor het overbrengen van de overleden getroffene naar de plaats
waar de familie haar overledene wenst te laten begraven; de verzekeraar
zorgt tevens voor de overbrenging, met inbegrip van de vervulling van
de administratieve formaliteiten.
artikel 12
Wanneer de getroffene ten gevolge van het arbeidsongeval overlijdt, wordt
een lijfrente, gelijk aan 30 % van diens basisloon, toegekend:
1 aan de echtgenoot die op het tijdstip van het ongeval
noch uit de echt, noch van tafel en bed is
gescheiden;
2 aan de echtgenoot die op het tijdstip van het overlijden
van de getroffene noch uit de echt, noch van tafel en bed gescheiden is,
op voorwaarde dat:
a het huwelijk gesloten na het ongeval minstens één jaar
voor het overlijden van de getroffene plaatsvond
of,
b uit het huwelijk een kind is geboren of,
c op het ogenblik van het overlijden een kind ten laste
is waarvoor één van de echtgenoten kinderbijslag
ontving.
De overlevende die uit de echt of van tafel en bed gescheiden is en die
een wettelijk of conventioneel
onderhoudsgeld genoot ten laste van de getroffene, heeft eveneens recht
op de lijfrente als bedoeld in het
eerste lid, zonder dat die rente meer mag bedragen dan het onderhoudsgeld.
artikel 13
§1 De kinderen van de getroffene, die wees zijn van vader of moeder, ontvangen
elk een rente die gelijk is aan
15 % van het basisloon zonder dat het totaal 45 % van dit loon mag overschrijden.
§2 De kinderen van de echtgenoot van de getroffene, die wees zijn van
vader of moeder, ontvangen elk een
rente die gelijk is aan 15 % van het basisloon zonder dat het totaal 45
% van dit loon mag overschrijden, zo
hun afstamming vaststaat op het ogenblik van het overlijden van de getroffene.
§3 De bij §1 en §2 bedoelde kinderen, die wees zijn van vader en moeder,
ontvangen elk een rente die gelijk
is aan 20 % van het basisloon zonder dat het totaal 60 % van dit loon
mag overschrijden.
§4 Kinderen van wie de afstamming slechts ten aanzien van één van hun
ouders vaststaat, worden voor de
toepassing van dit artikel met wezen gelijkgesteld.
§5 Gerechtelijke vaststelling van afstamming komt voor de toepassing van
dit artikel slechts in aanmerking
voor zover de procedure tot vaststelling van de afstamming werd ingeleid
vóór de datum van het overlijden ten
gevolge van een arbeidsongeval, behalve indien het kind verwekt maar nog
niet geboren was.
§6 De rente die bij toepassing van §2 en §3 wordt toegekend aan de kinderen
van de echtgenoot van de
getroffene, wordt verminderd met het bedrag van de rente die aan voornoemde
kinderen wegens een ander
dodelijk arbeidsongeval wordt toegekend. Het totaal bedrag van de aldus
verminderde rente en van de andere
rente mag evenwel niet lager zijn dan het bedrag van de rente toegekend
aan de kinderen van de getroffene.
artikel 14
§1 De kinderen die voor het overlijden door één persoon zijn geadopteerd
ontvangen een rente die voor ieder
kind gelijk is aan 20 % van het basisloon van de overleden adoptant, zonder
dat het totaal 60 % van dit loon
mag overschrijden.
§2 De kinderen die door twee personen zijn geadopteerd ontvangen voor
ieder kind een rente gelijk aan:
a 15 % van het basisloon zo één van de adoptanten de andere overleeft,
zonder dat het totaal 45 % van dit
loon mag overschrijden;
b 20 % van het basisloon zo één van de adoptanten vooroverleden is, zonder
dat het totaal 60 % van dit
loon mag overschrijden.
§3 De geadopteerden die overeenkomstig de bepalingen van artikel 365 van
het Burgerlijk Wetboek rechten
kunnen doen gelden in hun oorspronkelijke familie en in hun adoptieve
familie, mogen de rechten, waarop zij
in elke van deze families aanspraak kunnen maken, niet samenvoegen. Zij
mogen echter kiezen tussen de
rente, waarop zij recht hebben in hun oorspronkelijke of in hun adoptieve
familie. De geadopteerden kunnen
steeds op hun keuze terugkomen wanneer zich in hun oorspronkelijke of
in hun adoptieve familie een nieuw
ongeval met dodelijke afloop voordoet.
§4 In geval van samenloop van de belangen van de geadopteerde kinderen
met die van de andere kinderen
mag de rente toegekend aan de geadopteerde kinderen niet hoger zijn dan
deze toegekend aan de andere
kinderen.
§ 5De bepalingen van dit artikel vinden eveneens toepassing in de gevallen
bedoeld bij artikel 355 van het
Burgerlijk Wetboek.
artikel 15
§ 1 De vader en de moeder van de getroffene die op het tijdstip van het
overlijden noch echtgenoot, noch
rechthebbende kinderen nalaat, ontvangen ieder een lijfrente gelijk aan
20 % van het basisloon.
Laat de getroffene op het tijdstip van het overlijden een echtgenoot zonder
rechthebbende kinderen na, dan is
de rente voor ieder van de in het vorige lid bedoelde rechtverkrijgenden
gelijk aan 15 % van het basisloon.
De adoptanten hebben dezelfde rechten als de ouders van de getroffene.
Gerechtelijke vaststelling van afstamming komt voor de toepassing van
dit artikel slechts in aanmerking voor
zover de procedure tot vaststelling van de afstamming werd ingeleid vóór
de datum van het overlijden ten
gevolge van een arbeidsongeval.
§2 Bij vooroverlijden van de vader of de moeder van de getroffene ontvangt
ieder van de bloedverwanten in
opgaande lijn van de vooroverledene een rente gelijk aan:
a 15 % van het basisloon zo er noch echtgenoot noch rechthebbende kinderen
zijn;
b 10 % van het basisloon zo er een echtgenoot zonder rechthebbende kinderen
is.
artikel 16
De kleinkinderen van de getroffene die geen rechthebbende kinderen nalaat,
ontvangen, zo hun vader of hun
moeder overleden is, een rente voor ieder van hen gelijk aan 15 % van
het basisloon, zonder dat het totaal
45 % van dit loon mag overschrijden. Zo hun vader en moeder overleden
zijn ontvangen zij een rente voor
ieder van hen gelijk aan 20 % van het basisloon, zonder dat het totaal
60 % van dit loon mag overtreffen.
Indien er rechthebbende kinderen zijn, hebben de kleinkinderen, die wees
van vader of moeder zijn, bij
staken, gelijke rechten als de kinderen; de rente toegekend aan elke staak
van kleinkinderen wordt op 15%
bepaald en bij hoofden verdeeld. Zo de kleinkinderen bedoeld in voorgaand
lid wees van vader en moeder zijn,
wordt de rente per staak gebracht op 20 %. De rente toegekend aan de kleinkinderen
wordt verminderd met
het bedrag van de rente die aan voornoemde kleinkinderen wegens een arbeidsongeval
werd toegekend.
Met kleinkinderen worden gelijkgesteld, voor zover zij nog niet gerechtigd
zijn op rente wegens hetzelfde
dodelijk arbeidsongeval, de kinderen waarvoor uit hoofde van de prestaties
van de getroffene of van de
echtgenoot kinderbijslag werd genoten, zelfs zo hun vader en moeder nog
in leven zijn. Laat de getroffene
geen rechthebbende kinderen na, dan ontvangt ieder van hen een rente gelijk
aan 15 % van het basisloon,
zonder dat het totaal 45 % van het basisloon mag overschrijden. Indien
de getroffene rechthebbende kinderen
of kleinkinderen nalaat, worden de met kleinkinderen gelijkgestelde kinderen
geacht een staak te vormen. De
rente toegekend aan deze staak wordt bepaald op 15 % en wordt verdeeld
per hoofd.
artikel 17
De broeders en zusters van de getroffene die geen andere rechthebbenden
nalaat ontvangen ieder een rente
gelijk aan 15 % van het basisloon, zonder dat het totaal 45 % van dit
loon mag overschrijden.
artikel 18
Indien er meer dan drie rechthebbenden, bedoeld in de artikelen 13, 14,
16 en 17 zijn, wordt het bedrag van
15 % of 20 % voor elke rechthebbende verminderd door het te vermenigvuldigen
met een breuk, waarvan de
teller gelijk is aan 3 en de noemer gelijk aan het aantal rechthebbenden.
De maximumbedragen van 45 en 60 % blijven toepasselijk op al de rechthebbenden
samen, zolang hun
aantal niet beneden drie daalt. Blijven er niet meer dan twee rechthebbenden
over, dan heeft ieder recht op
een rente van 15 % of 20 %.
Voor de toepassing van dit artikel wordt elke staak als een eenheid beschouwd
in het geval bedoeld bij artikel
16, derde, vierde en zesde lid.
artikel 19
De kinderen, kleinkinderen, broeders en zusters ontvangen een rente zolang
zij gerechtigd zijn op
kinderbijslag en in ieder geval tot hun 18 jaar. De rente is verschuldigd
tot op het einde van de maand waarin
het recht vervalt.
Onverminderd de bepalingen van het eerste en tweede lid, ontvangen de
gehandicapte kinderen,
kleinkinderen, broeders en zusters een rente overeenkomstig de voorwaarden
bepaald door de Koning. De
Koning bepaalt eveneens de wijze waarop de ontoereikendheid van de vermindering
van de lichamelijke of
geestelijke geschiktheid van deze rechthebbenden wordt vastgesteld.
POLIS VRIJWILLIGERSORGANISATIES ALDF4 4
artikel 20
De bloedverwanten in de opgaande lijn, de kleinkinderen en de broeders
en zusters ontvangen de rente alleen
wanneer zij rechtstreeks voordeel uit het loon van de getroffene haalden.
Worden als zodanig aangezien
degenen die onder hetzelfde dak woonden. Is de getroffene een leerling
die geen loon genoot, dan hebben
bovenvermelde personen niettemin recht op de rente zo zij onder hetzelfde
dak woonden.
artikel 20bis
Voor de bloedverwanten in opgaande lijn is de rente verschuldigd tot op
het ogenblik waarop de getroffene de
leeftijd van 25 jaar zou bereikt hebben, tenzij zij het bewijs leveren
dat de getroffene voor hen de belangrijkste
kostwinner was.
artikel 21
De bij de artikels 12 tot 17 bedoelde renten zijn verschuldigd vanaf de
dag van overlijden van de getroffene.
AFDELING 2 - ARBEIDSONGESCHIKTHEID
artikel 22
Wanneer het ongeval een tijdelijke algehele arbeidsongeschiktheid veroorzaakt,
heeft de getroffene, vanaf de
dag die volgt op het begin van die arbeidsongeschiktheid, recht op een
dagelijkse vergoeding gelijk aan 90%
van het gemiddelde dagloon.
Voor de dag waarop het ongeval zich voordoet of de arbeidsongeschiktheid
aanvangt, is de vergoeding gelijk
aan het normale dagloon verminderd met het loon dat de getroffene eventueel
heeft verdiend.
artikel 23
Ingeval de tijdelijke arbeidsongeschiktheid gedeeltelijk is of wordt,
kan de verzekeraar aan de werkgever
vragen de mogelijkheid van een wedertewerkstelling te onderzoeken, hetzij
in het beroep dat de getroffene
voor het ongeval uitoefende, hetzij in een passend beroep dat voorlopig
aan de getroffene kan worden
opgedragen. De wedertewerkstelling kan slechts gebeuren na een gunstig
advies van de arbeidsgeneesheer
wanneer dit advies voorgeschreven wordt in het algemeen reglement voor
de arbeidsbescherming of wanneer
de getroffene zichzelf niet geschikt acht om het werk te hervatten.
Indien de getroffene de wedertewerkstelling aanvaardt, heeft hij recht
op een vergoeding die gelijk is aan het
verschil tussen het loon verdiend voor het ongeval en het loon dat hij
ingevolge zijn wedertewerkstelling
ontvangt.
De getroffene geniet, tot de dag van zijn volledige wedertewerkstelling
of van de consolidatie, de vergoeding
voor tijdelijke, algehele arbeidsongeschiktheid:
1 wanneer hij niet opnieuw tewerk wordt gesteld maar
zich onderwerpt aan een behandeling, die hem met
het oog op zijn wederaanpassing wordt voorgesteld;
2 wanneer hij niet opnieuw aan het werk wordt gesteld
en hem geen behandeling met het oog op zijn
wederaanpassing wordt voorgesteld;
3 wanneer hij de hem aangeboden wedertewerkstelling of
de voorgestelde behandeling om een geldige
reden weigert of stopzet.
Ingeval de getroffene zonder geldige reden de hem aangeboden wedertewerkstelling
weigert of voortijdig
verlaat, heeft hij recht op een vergoeding die overeenstemt met zijn graad
van arbeidsongeschiktheid,
berekend naar zijn arbeidsmogelijkheden in zijn oorspronkelijk of voorlopig
aangeboden beroep.
Ingeval de getroffene zonder geldige redenen de behandeling die hem met
het oog op zijn wederaanpassing
wordt voorgesteld weigert of voortijdig verlaat, dan heeft hij recht op
een vergoeding die overeenstemt met zijn
graad van arbeidsongeschiktheid, berekend naar zijn arbeidsmogelijkheden
in zijn oorspronkelijk beroep of in
een voorlopig beroep dat hem, op de wijze bepaald in het eerste lid, schriftelijk
toegezegd wordt voor het
geval hij de behandeling zou volgen.
Gedurende de tijd nodig om de procedure van wedertewerkstelling, beschreven
in dit artikel, te volgen heeft
de getroffene recht op vergoeding voor tijdelijke algehele arbeidsongeschiktheid.
artikel 23bis
Onverminderd de bepalingen van artikel 39 worden na een termijn van drie
maanden, te rekenen van de dag
van het ongeval, de vergoedingen bedoeld bij de artikelen 22 en 23, aangepast
aan het indexcijfer der
consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus
1971 houdende inrichting van
een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen
ten laste van de
Openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen
waarmede rekening dient
gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid
der arbeiders, alsmede de
verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het
indexcijfer van de consumptieprijzen
worden gekoppeld.
Voor de toepassing van het voorgaande lid, wordt de dagelijkse vergoeding
gekoppeld aan de spilindex die op
de datum van het ongeval van kracht is bij de toepassing van artikel 4,
§1, van de voornoemde wet van
2 augustus 1971.
artikel 24
Indien de verzekeraar de getroffene genezen verklaart zonder blijvende
arbeidsongeschiktheid, geeft hij van
deze beslissing aan de getroffene kennis volgens de modaliteiten bepaald
door de Koning.
Indien de arbeidsongeschiktheid blijvend is of wordt, vervangt een jaarlijkse
vergoeding van 100 %, berekend
op het basisloon en de graad van de ongeschiktheid, de dagelijkse vergoeding
vanaf de dag waarop de
ongeschiktheid een bestendig karakter vertoont; dit vertrekpunt wordt
vastgesteld bij een overeenkomst
tussen partijen of bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing.
In afwijking van de bepalingen van het vorig lid wordt deze jaarlijkse
vergoeding verminderd met 50 % indien
de graad van ongeschiktheid minder dan 5 % bedraagt en met 25 % verminderd
indien de graad van
ongeschiktheid 5 % of meer, maar minder dan 10 % bedraagt.
Indien de toestand van de getroffene volstrekt de geregelde hulp van een
ander persoon vergt, kan hij
aanspraak maken op een bijkomende vergoeding, vastgesteld in functie van
de noodzakelijkheid van deze
hulp, op basis van het gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimumloon zoals
vastgesteld voor een voltijds
werknemer, door collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten in de schoot
van de Nationale Arbeidsraad.
Het jaarlijks bedrag van deze bijkomende vergoeding mag het bedrag van
het gewaarborgd gemiddeld
maandelijks minimumloon, vermenigvuldigd met 12, niet overschrijden.
Bij opneming van de getroffene, ten laste van de verzekeraar, in een verplegings-
of verzorgingsinstelling is de
vergoeding voor de hulp van derden, bedoeld in vorig lid, niet meer verschuldigd
vanaf de 91e dag
ononderbroken opneming.
Bij het verstrijken van de herzieningstermijn, bedoeld bij artikel 72,
wordt de jaarlijkse vergoeding door een
lijfrente vervangen.
artikel 24bis
Voor de ongevallen overkomen voor 1 januari 1988 kan de vergoeding voor
de hulp van derde door de
verzekeraar op grond van artikel 24, zesde lid, slechts ingehouden worden
tot het einde van de in artikel 72
bepaalde termijn.
Bij opneming van de getroffene ten laste van het Fonds in een verplegings-
of verzorgingsinstelling, na het
einde van de in artikel 72 bedoelde termijn, zijn de indexatie of de vergoeding
niet meer verschuldigd vanaf de
91e dag ononderbroken opneming en dit tot beloop van de vergoeding voor
de hulp van derden bedoeld in
artikel 24, vierde lid, verhoogd met de indexatie of de vergoeding voor
deze verstrekking.
artikel 24ter
Voor de toepassing van artikel 24, zesde lid, en 24bis, tweede lid, van
deze wet wordt iedere nieuwe
opneming binnen 90 dagen volgend op het einde van de voorgaande opneming,
beschouwd als een voortzetting
van deze laatste.
artikel 25
Indien de blijvende arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door het arbeidsongeval
zodanig verergert dat de
getroffene het beroep, waarin hij gereclasseerd werd, tijdelijk niet meer
kan uitoefenen, heeft hij gedurende
deze periode recht op de vergoedingen zoals bepaald in de artikelen 22,
23 en 23bis.
Met deze toestand worden gelijkgesteld alle periodes nodig om de medische
en professionele
revalidatiemaatregelen, met inbegrip van alle problemen gesteld door de
prothesen, te herzien of te
hernemen, wanneer dit de uitoefening van het beroep, waarin de getroffene
gereclasseerd was, tijdelijk,
geheel of gedeeltelijk onmogelijk maakt.
Ingeval deze tijdelijke verergeringstoestanden zich voordoen na de termijn
bepaald bij artikel 72, zijn deze
vergoedingen slechts verschuldigd bij een blijvende arbeidsongeschiktheid
van ten minste 10 %.
artikel 25bis
Voor de ongevallen overkomen voor 1 januari 1988 worden, ingeval de in
artikel 25, derde lid, bedoelde tijdelijke
verergeringstoestanden zich voordoen na de termijn bepaald bij artikel
72 bij een blijvende arbeidsongeschiktheid
van ten minste 10 %, de vergoedingen vastgesteld en uitgekeerd door het
Fonds voor
arbeidsongevallen.
artikel 26
De getroffene heeft recht op de herstellings- en vervangingskosten van
de prothesen en orthopedische
toestellen, waarvan het ongeval de schade heeft veroorzaakt.
Deze bepalingen gelden eveneens indien het ongeval geen letsel heeft veroorzaakt.
Zo de getroffene ten gevolge van de in het eerste lid bedoelde schade
een tijdelijke arbeidsongeschiktheid
oploopt, heeft hij tijdens de periode die voor het herstellen of het vervangen
van de prothesen en
orthopedische toestellen nodig is, recht op vergoedingen bepaald in de
artikelen 22, 23 of 23bis.
artikel 27
Voor de dagen waarop de getroffene op verzoek van de verzekeraar of van
een arbeidsgerecht zijn arbeid
onderbreekt met het oog op een onderzoek voortvloeiend uit het ongeval,
is door de verzekeraar aan de
getroffene een vergoeding verschuldigd gelijk aan het normale dagloon,
verminderd met het loon dat de
getroffene eventueel heeft verdiend. Voor de toepassing van de sociale
wetgeving worden de dagen van
arbeidsonderbreking gelijkgesteld met dagen van werkelijke arbeid.
Het eerste lid is eveneens van toepassing voor het Fonds voor arbeidsongevallen.
AFDELING 2bis - BIJSLAGEN
artikel 27bis
De renten bedoeld bij de artikelen 12 tot en met 17 en de jaarlijkse vergoedingen
en renten voor een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 10 % worden aangepast aan het indexcijfer
der consumptieprijzen,
overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting
van een stelsel waarbij
de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van
de Openbare Schatkist,
sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmede rekening
dient gehouden bij de berekening
van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede
de verplichtingen op sociaal gebied
opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen
worden gekoppeld.
Deze jaarlijkse vergoedingen of de werkelijk uitbetaalde renten worden
gekoppeld aan de spilindex die op de
datum van het ongeval van kracht is bij toepassing van artikel 4, §1,
van de voormelde wet van 2 augustus
1971.
Het eerste en tweede lid vinden geen toepassing op de jaarlijkse vergoedingen
en renten die overeenstemmen
met een graad van blijvende arbeidsongeschiktheid van 10 % tot minder
dan 16 %, en waarvan de
waarde in kapitaal wordt uitbetaald aan het Fonds voor arbeidsongevallen
in toepassing van artikel 45quater,
derde en vierde lid.
In afwijking van het voorgaande lid worden voor de in artikel 45quater,
derde en vierde lid, bedoelde
ongevallen, die zijn overkomen vóór 1 januari 1997, de jaarlijkse vergoedingen
overeenstemmend met een
graad van arbeidsongeschiktheid van 10 % tot minder dan 16 % aangepast
aan het indexcijfer van de
consumptieprijzen tot op de datum van 1 januari 1997.
Aan sommige categorieën van getroffenen of hun rechthebbenden worden daarenboven
bijslagen verleend
waarvan het bedrag en de toekenningsvoorwaarden bepaald worden door de
Koning.
artikel 27ter
Voor de ongevallen overkomen voor 1 januari 1988 zijn de indexatie en
de bijslagen bedoeld in artikel 27bis
en voor de ongevallen bedoeld bij artikel 45quater zijn de door de Koning
bepaalde bijslagen ten laste van het
Fonds voor arbeidsongevallen.
artikel 27quater
De door een ongeval getroffene en de rechthebbenden bedoeld in de artikelen
12 tot en met 17, kunnen ten
laste van het Fonds voor arbeidsongevallen aanspraak maken op een bijzondere
bijslag, zo het bewijs
geleverd wordt dat het ongeval op het ogenblik van het schadelijk feit,
geen aanleiding gaf tot
schadeloosstelling als arbeidsongeval of als ongeval op de weg naar en
van het werk, terwijl de toepassing
van de wet op het ogenblik van de aanvraag geleid zou hebben tot toekenning
van een rente.
De Koning bepaalt het bedrag en de toekenningsmodaliteiten van de bijzondere
bijslag, alsmede de
voorwaarden inzake de tegemoetkoming van het Fonds aan de gerechtigden
op de bijzondere bijslag inzake
de tenlasteneming van de periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid,
van de medische, heelkundige,
farmaceutische en verplegingszorgen, alsook van de prothesen en orthopedische
toestellen die ingevolge het
ongeval nodig zijn.
AFDELING 3 - GENEESKUNDIGE VERZORGING
artikel 28
De getroffene heeft recht op de geneeskundige, heelkundige, farmaceutische
en verplegingszorgen en, onder
de voorwaarden bepaald door de Koning, op de prothesen en orthopedische
toestellen die ingevolge het
ongeval nodig zijn.
artikel 28bis
Voor de ongevallen overkomen voor 1 januari 1988 vallen de kosten van
de in artikel 28 bedoelde zorgen
slechts tot het einde van de bij artikel 72 bepaalde termijn ten laste
van de verzekeraar. Na deze termijn
vallen ze ten laste van het Fonds voor arbeidsongevallen.
Voor de ongevallen overkomen voor 1 januari 1988 vallen de kosten voor
prothesen en orthopedische
toestellen slechts ten laste van de verzekeraar tot de datum van de homologatie
of van de bekrachtiging van
de overeenkomst of van de bij artikel 24 bedoelde beslissing.
Een bijkomende vergoeding, die overeenstemt met de waarschijnlijke kosten
voor vernieuwing en herstelling
van de toestellen, wordt vastgesteld bij de overeenkomst of de beslissing
en berekend op de door de Koning
bepaalde wijze.
Deze vergoeding wordt door de verzekeraar, binnen de maand na de homologatie
of de bekrachtiging van de
overeenkomst of de bij artikel 24 bedoelde beslissing bij het Fonds voor
arbeidsongevallen gestort.
artikel 29
De getroffene kan geneesheer, apotheker of medische, farmaceutische en
verplegingsdienst vrij kiezen,
behoudens wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1 de werkgever of verzekeraar heeft, op eigen kosten
en in de voorwaarden bepaald door de Koning, een
medische, farmaceutische en verplegingsdienst ingesteld;
2 de dienst werd erkend. De erkenning wordt verleend
en ingetrokken door de Koning onder de voorwaarden
die Hij bepaalt;
3 de werkgever of de verzekeraar heeft ten minste drie
geneesheren aangewezen tot wie de getroffene zich 8
kan wenden;
4 wanneer de dienst wordt ingesteld door een verzekeraar,
dan moet deze de werkgever daaromtrent
behoorlijk inlichten;
5 de oprichting van de dienst en de namen van de geneesheren
zijn vermeld in het arbeidsreglement of wat
de zeelieden betreft, in de monsterrol;
6 het Veiligheidscomité werd geraadpleegd in de voorwaarden
bepaald door de Koning in het Algemeen
reglement voor de arbeidsbescherming.
Wanneer de getroffene wegens dringende noodzaak moest opgenomen worden
in een andere dienst dan
deze krachtens het eerste lid ingesteld door de werkgever of door de verzekeraar,
dan kunnen zij de overbrenging
van de getroffene naar hun dienst niet eisen. In dit geval zijn de kosten
voor medische, farmaceutische
en verplegingskosten ten laste van de verzekeraar.
artikel 30
De werkgever of de verzekeraar wijzen ten minste drie geneesheren aan
buiten de medische, farmaceutische
en verplegingsdienst bedoeld bij artikel 29, tot wie de getroffene zich
kan wenden voor de voortzetting van en
het toezicht op de medische behandeling die door deze dienst oorspronkelijk
werd voorgeschreven en
toegepast en voor de controle op zijn arbeidsongeschiktheid. Deze aanwijzing
kan tijdelijk of toevallig zijn
telkens wanneer de getroffene zijn verblijfplaats heeft buiten de streek
waar de medische, farmaceutische en
verplegingsdienst is ingesteld of waar de als vast erkende geneesheer
gevestigd is.
Het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen
of, bij ontstentenis, de syndicale
afvaardiging kan de drie geneesheren bedoeld in het eerste lid aanduiden
zo:
1 de werkgever of de verzekeraar nalaten drie geneesheren aan te duiden;
2 de werkgever of de verzekeraar geneesheren aanduiden die gevestigd zijn
buiten de streek waar de
getroffene zijn verblijfplaats heeft, met het oog op zijn volledig herstel.
De Koning bepaalt de grenzen van de streek die in aanmerking dient genomen
voor de toepassing van deze
bepaling.
artikel 31
Wanneer de getroffene de vrije keus van geneesheer, apotheker en verplegingsdienst
heeft, worden de kosten
van geneeskundige verzorging terugbetaald volgens een door de Koning vastgesteld
tarief.
artikel 32
Tijdens de behandeling mag de verzekeraar, ingeval de getroffene de vrije
keus van geneesheer, apotheker en
verplegingsdienst heeft en, in het tegenovergestelde geval, de getroffene
of de rechthebbenden, een
geneesheer aanwijzen belast met het toezicht op de behandeling. Deze geneesheer
zal de getroffene vrij
mogen bezoeken, mits hij de behandelende geneesheer vooraf verwittigt.
De Koning bepaalt de honoraria, die
verschuldigd zijn aan de geneesheer aangewezen door de getroffene of de
rechthebbenden. Zij zijn voor 90%
ten laste van de verzekeraar.
artikel 33
Volgens de door de Koning te bepalen voorwaarden hebben de getroffene,
de echtgenoot, de kinderen en de
ouders recht op vergoeding van de kosten voor verplaatsing die voortvloeien
uit het ongeval.
AFDELING 5 - BETALING
artikel 45
De getroffene en de echtgenoot kunnen vragen dat ten hoogste een derde
van de waarde van de hun
toekomende rente als kapitaal wordt uitbetaald.
Dit verzoek kan op elk ogenblik, zelfs na de vestiging van het kapitaal,
worden gedaan. De rechter beslist zo
voordelig mogelijk voor de verzoeker.
Het kapitaal wordt berekend overeenkomstig het tarief vastgesteld door
de Koning en in functie van de leeftijd
van de getroffene of de rechthebbende op de eerste dag van het kwartaal
dat volgt op de beslissing van de
rechter. Vanaf deze datum is van rechtswege intrest verschuldigd op dit
kapitaal.
artikel 45bis
Behalve voor de ongevallen bedoeld in de artikelen 45ter en 45quater wordt,
indien de rente na het verstrijken
van de herzieningstermijn berekend wordt op een graad van blijvende arbeidsongeschiktheid
van minder dan
10 %, de waarde van de lijfrente, verminderd overeenkomstig artikel 24,
derde lid, aan de getroffene als
kapitaal uitbetaald binnen een maand na het verstrijken van bedoelde termijn.
Het kapitaal wordt berekend overeenkomstig het tarief vastgesteld door
de Koning en in functie van de leeftijd
van de getroffene op de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het verstrijken
van de herzieningstermijn.
Vanaf deze datum is van rechtswege intrest verschuldigd op dit kapitaal.
artikel 45ter
Voor de ongevallen overkomen voor 1 januari 1988 wordt de waarde van de
rente die na het verstrijken van de
bij artikel 72 bepaalde termijn berekend is op een graad van blijvende
arbeidsongeschiktheid van minder dan
10 %, als kapitaal bij het Fonds voor arbeidsongevallen gestort zoals
bepaald bij artikel 51bis.
In deze gevallen vindt het eerste lid van artikel 45 geen toepassing.
artikel 45quater
Voor de ongevallen overkomen vanaf 1 januari 1988 en waarvoor de vaststelling
van de graad van blijvende
arbeidsongeschiktheid van minder dan 10 % geschiedt hetzij bij een bekrachtiging
van de overeenkomst met
datum vanaf 1januari 1994, hetzij bij een gerechtelijke beslissing die
op een datum vanaf 1 januari 1994 in
kracht van gewijsde treedt, wordt de waarde van de jaarlijkse vergoeding
en van de rente als kapitaal gestort
bij het Fonds voor arbeidsongevallen, zoals bepaald in artikel 51ter.
Deze regeling vindt eveneens toepassing op de ongevallen overkomen vanaf
1 januari 1988 waarvoor de
getroffene genezen verklaard werd zonder blijvende arbeidsongeschiktheid
vanaf 1 januari 1994 of waarvoor de
vaststelling van de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid van 10 %
of meer geschiedt bij een in het
eerste lid bedoelde bekrachtiging of gerechtelijke beslissing, ingeval
een bekrachtigde overeenkomstherziening
of een in kracht van gewijsde getreden gerechtelijke beslissing de jaarlijkse
vergoedingen en
renten na herziening vaststelt op een graad van minder dan 10 %.
Voor de ongevallen waarvoor de vaststelling van de graad van blijvende
arbeidsongeschiktheid van 10 % tot
minder dan 16 % geschiedt bij een bekrachtiging van de overeenkomst met
een datum vanaf 1 januari 1997,
hetzij bij een gerechtelijke beslissing die op een datum vanaf 1 januari
1997 in kracht van gewijsde treedt,
wordt de waarde van een desgevallend aan de index van de consumptieprijzen
gekoppelde jaarlijkse
vergoeding of rente als kapitaal gestort bij het Fonds voor arbeidsongevallen,
zoals bepaald in artikel 51ter.
Het voorgaande lid vindt eveneens toepassing op de ongevallen waarvoor
de getroffene zonder blijvende
arbeidsongeschiktheid genezen verklaard werd vanaf 1 januari 1997 of waarvoor
de vaststelling van de graad
van blijvende arbeidsongeschiktheid van minder dan 10 % of tenminste 16
% geschiedt bij een in het
voorgaande lid bedoelde bekrachtiging of gerechtelijke beslissing, ingeval
een bekrachtigde overeenkomstherziening
of een in kracht van gewijsde getreden gerechtelijke beslissing de jaarlijkse
vergoedingen en
renten na herziening vaststelt op een graad van 10 % tot minder dan 16
%.
In die gevallen vindt artikel 45, eerste lid, geen toepassing.
hoofdstuk 3 - de verzekering
artikel 49
De werkgever is verplicht een arbeidsongevallenverzekering aan te gaan
bij een daartoe gemachtigde
verzekeringsmaatschappij tegen vaste premie of bij een gemachtigde gemeenschappelijke
verzekeringskas.
De duur van de verzekeringsovereenkomst mag niet langer zijn dan één jaar;
deze duur moet, indien nodig,
worden verlengd met de periode die de datum van het ingaan van de overeenkomst
scheidt van 1 januari van
het jaar dat erop volgt.
Behalve wanneer één der partijen zich ertegen verzet door een aangetekende
brief die ten minste drie
maanden vóór de vervaldag van de overeenkomst ter post is afgegeven, wordt
deze stilzwijgend verlengd voor
opeenvolgende periodes van een jaar.
Deze bepaling is niet van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten
waarvan de duur korter is dan één
jaar.
In afwijking van de bepalingen van het tweede en derde lid, mag de duur
drie jaar bedragen voor de
verzekeringsovereenkomsten gesloten met ondernemingen die op het ogenblik
van het afsluiten of de
verlenging van de overeenkomst tien of meer personen tewerkstellen of
die een loonvolume laten verzekeren
van meer dan tienmaal het maximum basisjaarloon bedoeld bij artikel 39
van deze wet.
De Koning bepaalt de voorwaarden, de wijze en de termijnen waarop aan
de verzekeringsovereenkomst een
einde wordt gemaakt.
In de gevallen waarin de verzekeraar het recht voorbehoudt de overeenkomst
na het zich voordoen van een
schadegeval op te zeggen, beschikt de verzekeringnemer over hetzelfde
recht. Deze bepaling is niet van
toepassing op de verzekeringsovereenkomsten met een duur van drie jaar
gesloten met ondernemingen
waarvan het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan honderd
bedraagt of die een loonvolume
laten verzekeren van meer dan honderd maal het maximum basisjaarloon bedoeld
bij artikel 39.
De verzekeraar dekt alle bij de artikelen 7 en 8 vastgestelde risico's
voor alle werknemers in dienst van een
werkgever en voor alle werkzaamheden waarvoor zij door die werkgever zijn
tewerkgesteld.
De werkgever behoudt echter de mogelijkheid om alle werklieden of bedienden
van zijn onderneming of een
exploitatiezetel ervan, of al het huispersoneel in zijn dienst te verzekeren
bij afzonderlijke verzekeraars.
De werkgever die tevens arbeidsongevallen verzekert, dient de verplichte
ongevallenverzekering voor zijn
werknemers af te sluiten bij een gemachtigde verzekeraar met wie hij juridisch
of commercieel geen enkele
binding heeft.
artikel 49bis
§1 De bepalingen van artikel 49, vijfde en zesde lid, zoals vervangen
door artikel 57 van de wet van
30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, zijn op de verzekeringsovereenkomsten
die
aangegaan zijn vóór de inwerkingtreding van deze wet, eerst van toepassing
vanaf de dag van de wijziging, de
vernieuwing, de verlenging of de omzetting van de overeenkomst.
§2 De in §1 bedoelde overeenkomsten die niet gewijzigd, vernieuwd, verlengd
of omgezet zijn, vallen onder de
bepalingen van artikel 49, vijfde en zesde lid, van deze wet, zoals vervangen
door artikel 57 van de wet van
30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, vanaf 1 september
1994.
§3 De bepalingen van artikel 49, tweede, derde en vierde lid, zoals vervangen
door artikel 57 van de wet van
30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, worden toegepast
op de bestaande
overeenkomsten vanaf 1januari 1993. De wijzigingen die voortvloeien uit
de aanpassing van de bestaande
overeenkomsten aan de nieuwe bepalingen van artikel 49, zoals vervangen
door artikel 57 van de wet van
30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, kunnen de opzegging
van de overeenkomst niet
rechtvaardigen.
§4 De verzekeringsondernemingen gaan over tot de formele aanpassing van
de verzekeringsovereenkomsten
en de andere verzekeringsdocumenten aan de nieuwe bepalingen van artikel
49, zoals vervangen door artikel
57 van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen,
ten laatste op 1 juli 1993 of op
de datum waarop de wet op hen van toepassing wordt indien die datum na
1 juli 1993 valt. Tot op die datum
moeten de bestaande en de nieuwe verzekeringsovereenkomsten niet naar
de vorm overeenstemmen met het
voornoemde artikel 49.
artikel 50
De werkgever die geen verzekering heeft afgesloten is ambtshalve aangesloten
bij het Fonds voor
arbeidsongevallen, volgens de nadere regels bepaald door de Koning na
advies van het beheerscomité van dit
fonds.
artikel 69
De rechtsvordering tot betaling van de vergoedingen verjaart na drie jaar.
De rechtsvordering tot terugvordering
van onverschuldigde vergoedingen verjaart na drie jaar.
De rechtsvordering tot terugvordering van onverschuldigde vergoedingen
die door bedrieglijke handelingen of
door valse of opzettelijke onvolledige verklaringen werden bekomen, verjaart
na vijf jaar.
De schuldvorderingen van het Fonds voor arbeidsongevallen ten laste van
de schuldenaars bedoeld in artikel
59, 4de, verjaren na vijf jaar.
artikel 72
De eis tot herziening van de vergoedingen, gegrond op een wijziging van
het verlies van arbeidsgeschiktheid
van de getroffene of op zijn overlijden aan de gevolgen van het ongeval,
kan ingesteld worden binnen drie jaar
die volgen op de datum van homologatie of de bekrachtiging van de overeenkomst
tussen de partijen of van
de in artikel 24 bedoelde beslissing of kennisgeving.
De getroffene of zijn rechthebbenden kunnen, binnen drie jaar die volgen
op de dag van de in artikel 24
bedoelde kennisgeving, een rechtsvordering instellen tegen de beslissing
tot genezenverklaring zonder
blijvende arbeidsongeschiktheid. In dat geval kan de in het eerste lid
bedoelde eis ingesteld worden binnen
drie jaar die volgen op de datum van de in artikel 24 bedoelde beslissing.
De eis tot herziening mag bij tegenvordering tot bij het sluiten van de
debatten worden ingesteld, bij wijze van
conclusies, die ter griffie worden neergelegd en aan de andere partijen
worden medegedeeld.
ARBEIDSONGEVALLEN BOVEN
HET WETTELIJK PLAFOND
- met indexering
1 Omschrijving van de verzekering
a Bij een ongeval dat de verzekerden overkomt en voor
zover de Belgische arbeidsongevallenwet van
toepassing is, waarborgt de verzekeraar de vergoedingen en kosten die
voor geschreven zijn door
voormelde wet.
De vergoedingen worden berekend op het verschil tussen het werkelijke
jaarloon van de getroffen persoon,
vastgesteld overeenkomstig de arbeidsongevallenwet, en het wettelijk maximum.
Het in aanmerking te nemen
werkelijke jaarloon wordt per verzekerde nochtans beperkt tot het bedrag
dat vermeld is in de bijzondere
voorwaarden.
Evenwel, wanneer de getroffen persoon tewerkgesteld is krachtens één of
meerdere arbeidsovereenkomsten
voor deeltijdse arbeid, wordt het basisloon voor de berekening van alle
vergoedingen vastgesteld uitsluitend met
inachtneming van het loon dat verschuldigd is krachtens de arbeidsovereenkomst
gesloten met de
verzekeringnemer.
b De verzekerden zijn de in de bijzondere voorwaarden
vermelde werknemers tewerkgesteld in de omschreven
organisatie.
2 Indexering
De verzekeraar waarborgt de indexering van de vergoedingen in de gevallen
en op de wijze bepaald door de arbeidsongevallenwet.
Indien echter de volgens deze wet toe te passen indexvoet op jaarbasis
(berekend over de laatste 12 maanden)
hoger is dan de intrestvoet van de Belgische kasbons op 5 jaar, uitgegeven
in euro dan wordt de indexering op
jaarbasis beperkt tot de intrestvoet van voormelde kasbons.
De intrestvoet die hier wordt bedoeld is de officiële intrestvoet (of
bij ontstentenis de gemiddelde intrestvoet bij de
belangrijkste Belgische financiële instellingen) die op de nieuw uitgegeven
kasbons van toepassing is bij de
aanvang van het kalenderjaar dat de uitkering van de ongevallenrente of
jaarlijkse vergoeding voorafgaat.
Mochten voormelde kasbons niet meer aangeboden worden, dan worden, onder
toezicht van de Controledienst
voor de Verzekeringen, deze kasbons als referentiebasis vervangen door
een evenwaardige spaarvorm.
3 Uitsluitingen
Zijn uitgesloten:
- zelfdoding en de gevolgen van poging tot zelfdoding;
- ongevallen door opzet of een van de volgende gevallen van zware fout
van de verzekerde:
- ongevallen te wijten aan dronkenschap of aan een gelijkaardige toestand
die het gevolg is van het gebruik
van andere producten dan alcoholische dranken;
- ongevallen die gebeuren tijdens het plegen van geweld op personen of
tijdens het kwaadwillig beschadigen
of ontvreemden van goederen;
- ongevallen die gebeuren tijdens de vrijwillige blootstelling aan een
uitzonderlijk en overbodig gevaar;
- ongevallen die verband houden met (burger-)oorlog of gelijkaardige feiten,
deze uitsluiting geldt niet voor
ongevallen in het buitenland tot veertien dagen na het begin van de ongeregeldheden,
voor zover België
daarbij niet betrokken is en de verzekerde hierdoor verrast wordt;
- ongevallen die te wijten zijn aan:
- kernreacties, radioactiviteit en ioniserende stralen, met uitzondering
van de bestralingen die ingevolge een
verzekerd ongeval nodig zijn;
- de rechtstreekse gevolgen in België van aardbevingen en vulkanische
uitbarstingen.
De verzekeraar is in geen geval vergoeding verschuldigd aan de rechthebbende
die het ongeval opzettelijk veroorzaakt
heeft.
4 Subrogatie
Bij een ongeval waarvoor een andere persoon aansprakelijk gesteld kan
worden, treedt de verzekeraar in de
rechten van de verzekerde of de begunstigde.
De verzekeraar oefent die rechten uit tegen de personen en in de voorwaarden
die inzake burgerrechtelijke aansprakelijkheid
en subrogatie bepaald zijn in de arbeidsongevallenwet en in de verzekeringswet.
PERSONEELSVERZEKERING ARBEIDSONGEVALLEN BOVEN HET WETTELIJK PLAFOND
1 Omschrijving van de verzekering
a Bij een ongeval dat de verzekerden overkomt en voor
zover de Belgische arbeidsongevallenwet van
toepassing is, waarborgt de verzekeraar de vergoedingen en kosten die
voorgeschreven zijn door
voormelde wet, met uitzondering van de vergoedingen wegens tijdelijke
verergeringstoestanden.
De vergoedingen worden berekend op het verschil tussen het werkelijke
jaarloon van de getroffen persoon,
vastgesteld overeenkomstig de arbeidsongevallenwet, en het wettelijk maximum.
Het in aanmerking te nemen
werkelijke jaarloon wordt per verzekerde nochtans beperkt tot het bedrag
dat vermeld is in de bijzondere
voorwaarden.
Voormelde vergoedingen worden niet geïndexeerd.
Evenwel, wanneer de getroffen persoon tewerkgesteld is krachtens één of
meerdere arbeidsovereenkomsten
voor deeltijdse arbeid, wordt het jaarloon voor de berekening van alle
vergoedingen vastgesteld uitsluitend met
inachtneming van het loon dat verschuldigd is, krachtens de arbeidsovereenkomst
gesloten met de
verzekeringnemer.
b De verzekerden zijn de in de bijzondere voorwaarden
vermelde werknemers tewerkgesteld in de omschreven
organisatie.
2 Uitsluitingen
Zijn uitgesloten:
- zelfdoding en de gevolgen van poging tot zelfdoding;
- ongevallen door opzet of een van de volgende gevallen van zware fout
van de verzekerde:
- ongevallen te wijten aan dronkenschap of aan een gelijkaardige toestand
die het gevolg is van het gebruik
van andere produkten dan alcoholische dranken;
- ongevallen die gebeuren tijdens het plegen van geweld op personen of
tijdens het kwaadwillig beschadigen
of ontvreemden van goederen;
- ongevallen die gebeuren tijdens de vrijwillige blootstelling aan een
uitzonderlijk en overbodig gevaar;
- ongevallen die verband houden met (burger)oorlog of gelijkaardige feiten,
deze uitsluiting geldt niet voor ongevallen
in het buitenland tot veertien dagen na het begin van de ongeregeldheden,
voor zover België daarbij
niet betrokken is en de verzekerde hierdoor verrast wordt;
- ongevallen die te wijten zijn aan:
- kernreacties, radioactiviteit en ioniserende stralen, met uitzondering
van de bestralingen die ingevolge een
verzekerd ongeval nodig zijn;
- de rechtstreekse gevolgen in België van aardbevingen en vulkanische
uitbarstingen.
De verzekeraar is in geen geval vergoeding verschuldigd aan de rechthebbende
die het ongeval opzettelijk
veroorzaakt heeft.
3 Subrogatie
Bij een ongeval waarvoor een andere persoon aansprakelijk gesteld kan
worden, treedt de verzekeraar in de
rechten van de verzekerde of de begunstigde.
De verzekeraar oefent die rechten uit tegen de personen en in de voorwaarden
die inzake burgerrechtelijke aansprakelijkheid
en subrogatie bepaald zijn in de arbeidsongevallenwet en in de verzekeringswet.
VERZEKERING LICHAMELIJKE ONGEVALLEN
1 Omschrijving van de verzekering
a Bij een ongeval dat de verzekerden overkomt, waarborgt
de verzekeraar:
- een vergoeding in geval van overlijden, van blijvende ongeschiktheid
of van tijdelijke arbeidsongeschiktheid;
- de terugbetaling van de kosten voor geneeskundige verzorging en van
de aanverwante kosten;
- de terugbetaling van de schade aan goederen.
b Een ongeval is een plotse gebeurtenis waarvan de oorzaak
of een van de oorzaken buiten het organisme van
de getroffen persoon ligt en die een objectief vast te stellen lichamelijk
letsel toebrengt of de dood tot gevolg
heeft.
c De verzekerden zijn de personen die georganiseerd vrijwilligerswerk
verrichten voor de organisatie die deze
verzekering sluit.
2 Wanneer geldt de verzekering?
De verzekering geldt:
- tijdens de uitvoering van de activiteiten die kaderen in de doelstellingen
van de organisatie zoals die
omschreven worden in de bijzondere voorwaarden;
- op de weg naar en van de plaats waar de activiteiten plaatsvinden; het
begrip weg wordt geïnterpreteerd naar
analogie met het begrip arbeidsweg in de wetgeving op de arbeidsongevallen.
3 Waar geldt de verzekering?
De verzekering geldt in alle landen van Europa en in de landen die grenzen
aan de Middellandse Zee op
voorwaarde dat de organisatie haar zetel in België heeft.
Groepsreizen naar het buitenland met meer dan 100 verze kerden zijn evenwel
slechts in de verzekering
begrepen na voorafgaande aangifte door de organisatie en na bevestiging
door de verzekeraar.
4 Verzekerde bedragen
Tenzij in de bijzondere voorwaarden afwijkende bedragen worden overeengekomen,
gelden per verzekerde de
hierna vermelde bedragen:
- bij overlijden: 9 915,74 EUR;
- bij blijvende ongeschiktheid: 14 873,61 EUR;
- bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid: 7,44 EUR per kalenderdag;
- voor kosten voor geneeskundige verzorging en aanverwante kosten: 2 478,94
EUR;
- voor schade aan goederen: 2 478,94 EUR.
Bij een ongeval zal het totaal van de vergoedingen voor overlijden en
blijvende ongeschiktheid, voor eenzelfde
ongeval, ongeacht het aantal getroffenen en het aantal begunstigden, niet
meer bedragen dan
4 957 870,50 EUR.
5 Vergoedingen voor overlijden, blijvende ongeschiktheid en tijdelijke
arbeidsongeschiktheid
De vergoedingen die de verzekeraar uitkeert, worden uitsluitend bepaald
aan de hand van de gevolgen van het
ongeval.
De vergoedingen voor overlijden en blijvende ongeschiktheid kunnen niet
gecumuleerd worden.
a In geval van overlijden binnen drie jaar na de dag
van het ongeval, betaalt de verzekeraar de overeen
gekomen vergoeding:
- aan de samenwonende echtgenoot als de getroffen persoon gehuwd is;
- aan de wettige erfgenamen tot en met de derde graad in de andere gevallen.
Zijn deze rechthebbenden er niet, of is de getroffen persoon op de dag
van het ongeval jonger dan 18 jaar of
ouder dan 70 jaar, dan worden in plaats van de vergoeding de werkelijk
gedragen begrafeniskosten terugbetaald
met een maximum van 3 718,40 EUR.
b Indien de verzekerde door een ongeval een blijvende
ongeschiktheid oploopt, dan wordt de hem
verschuldigde vergoeding vastgesteld bij consolidatie van de letsels,
doch uiterlijk drie jaar na de dag van het
ongeval.
De vergoeding wordt berekend op basis van de invaliditeitsgraden die opgegeven
zijn in de Officiële Belgische
Schaal ter bepaling van de graad van invaliditeit, zoals deze van toepassing
is op de dag van het ongeval. Er
wordt geen rekening gehouden met het beroep dat de verzekerde uitoefent.
De blijvende ongeschiktheid zal worden vergoed op basis van het totaal
geleden functioneel verlies verminderd
met de voorafbestaande graad van ongeschiktheid.
Indien de verzekerde op het ogenblik van het ongeval ouder is dan 70 jaar
of indien hij een blijvende
ongeschiktheid oploopt waarvan de invaliditeitsgraad 5 % niet overtreft,
dan is de verzekeraar geen vergoeding
verschuldigd.
De vergoeding voor een blijvende ongeschiktheid van meer dan 5 % wordt
bepaald in verhouding tot de invaliditeitsgraad
en met gebruik van de onderstaande formule:
- voor het gedeelte van de invaliditeitsgraad van 6 % tot en met 25 %:
op basis van het verzekerde bedrag;
- voor het gedeelte van de invaliditeitsgraad boven 25 % tot en met 50
%: op basis van anderhalve maal het
verzekerde bedrag;
- voor het gedeelte van de invaliditeitsgraad boven 50 %: op basis van
tweemaal het verzekerde bedrag.
c Bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid betaalt de verzekeraar
aan de getroffene de overeengekomen
dagvergoeding vanaf de 31ste dag na het ongeval tot op het ogenblik van
de consolidatie van de letsels, doch tot
hoogstens 1 jaar na het ongeval.
De vergoeding wordt bepaald in verhouding tot de graad van de tijdelijke
arbeidsongeschiktheid rekening
houdend met de gewone bezigheden van de verzekerde.
Aan verzekerden van minder dan 18 jaar of van meer dan 70 jaar oud, worden
geen vergoedingen voor tijdelijke
arbeidsongeschiktheid uitgekeerd.
6 Kosten voor geneeskundige verzorging en aanverwante kosten
a De verzekeraar vergoedt de kosten voor geneeskundige
verzorging die het gevolg is van een verzekerd
ongeval.
De kosten voor de eerste prothese en voor de eerste orthopedie zijn ook
verzekerd, voor tandprothesekosten blijft
de vergoeding beperkt tot 123,95 EUR per tand.
Binnen het overeengekomen bedrag voor de behandelingskosten zijn ook verzekerd:
- de medisch vereiste vervoers- en repatriëringskosten van de getroffene;
- de vervoers- en repatriëringskosten van het stoffelijk overschot;
- de opsporings - en reddingskosten.
Voor de terugbetaling van deze kosten geldt als maximumbedrag het overeengekomen
verzekerde bedrag. De
kosten die voor terugbetaling in aanmerking komen worden verminderd met
de wettelijke tegemoetkoming van de
Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.
b Franchise: tenzij anders overeengekomen bedraagt het
eigen aandeel van de verzekerde in deze kosten
49,58 EUR per ongeval.
7 Schade aan goederen
Als de verzekerde die een lichamelijk letsel heeft opgelopen door een
gedekt ongeval ook schade aan zijn
goederen heeft geleden, dan vergoedt de verzekeraar deze schade tot maximaal
2 478,94 EUR. Per schadegeval bedraagt het eigen aandeel van de verzekerde
in de schade aan goederen 247,89 EUR.
Schade aan voertuigen blijft van vergoeding uitgesloten.
8 Vaststelling van de gevolgen van het ongeval
Voor de vaststelling van de gevolgen van het ongeval heeft de verzekerde
het recht om zich, op eigen kosten, te
laten bijstaan door een geneesheer die hij zelf gekozen heeft. Bij overlijden
mag de verzekeraar een autopsie
eisen of aan de geneesheer van de overledene een verklaring vragen omtrent
de doodsoorzaak.
Indien er geen akkoord bereikt wordt over de aard van de letsels of hun
gevolgen, dan zullen deze medisch vastgesteld
worden door twee geneesheren: de eerste gekozen door het slachtoffer,
de tweede door de verzekeraar.
Elke partij draagt de kosten en honoraria van de door haar aangestelde
geneesheer.
In geval van meningsverschil tussen de geneesheren van beide partijen
wordt in onderling akkoord een derde
geneesheer aangesteld die beslist. De kosten en het ereloon van deze derde
geneesheer worden door de
partijen, elk voor de helft, gedragen.
In de plaats van voornoemde procedure kunnen de partijen de aanstelling
van de derde geneesheer en/of de beslechting
van het meningsverschil ook overlaten aan de bevoegde rechtbank.
9 Niet verzekerde gevallen
Zijn van deze verzekering uitgesloten:
a verergeringen van de gevolgen van een ongeval die te
wijten zijn aan een ziekte of een lichaamsgebrek die
voor het ongeval reeds bestonden;
b ongevallen waarop de wetgeving op de arbeidsongevallen
van toepassing is;
c zelfdoding en de gevolgen van poging tot zelfdoding;
d ongevallen die gebeuren tijdens het gebruik maken van
luchtvaartuigen; er is wel waarborg als gewoon
passagier;
e ongevallen die door opzet of een van de volgende gevallen
van zware fout van de organisatie, de verzekerde
of een begunstigde worden veroorzaakt of verergerd:
- ongevallen te wijten aan dronkenschap of aan een gelijkaardige toestand
die het gevolg is van het gebruik
van andere producten dan alcoholische dranken;
- ongevallen die gebeuren tijdens het plegen van geweld op personen of
tijdens het kwaadwillig beschadigen
of ontvreemden van goederen;
- ongevallen die gebeuren tijdens de vrijwillige blootstelling aan een
uitzonderlijk en overbodig gevaar; ongevallen
ingevolge het redden van personen, dieren of goederen blijven evenwel
gedekt;
f ongevallen die verband houden met (burger-)oorlog of
gelijkaardige feiten; deze uitsluiting geldt niet voor ongevallen
in het buitenland tot veertien dagen na het begin van de ongeregeldheden,
voorzover België daarbij
niet betrokken is en de verzekerde hierdoor verrast wordt;
g ongevallen die te wijten zijn aan:
- kernreacties, radioactiviteit, ioniserende stralen, met uitzondering
van de bestralingen die ingevolge een
verzekerd ongeval nodig zijn;
- de rechtstreekse gevolgen in België van aardbevingen en vulkanische
uitbarstingen.
10 Subrogatie
Bij een ongeval waarvoor een andere persoon aansprakelijk gesteld kan
worden, treedt de verzekeraar in de
rechten van de verzekerde of de begunstigde wat de kosten voor geneeskundige
verzorging en aanverwante
kosten, en de begrafeniskosten betreft.
Behoudens in geval van kwaad opzet, wordt dit subrogatierecht niet uitgeoefend
tegen de organisatie, tegen de
andere verzekerden, tegen de echtgenoot van de getroffen persoon, zijn
bloed- en aanverwanten in de rechte lijn,
de bij hem inwonende personen, zijn gasten en zijn huispersoneel.
Verhaal is echter mogelijk tegen voormelde personen voorzover hun aansprakelijkheid
daadwerkelijk door een
verzekering gedekt is.
11 Afstand van verhaal
Ten belope van de ontvangen vergoedingen in geval van overlijden of van
blijvende ongeschiktheid of van
tijdelijke arbeidsongeschiktheid, doen de getroffen persoon en de rechthebbenden
afstand van verhaal tegenover
de verzekerden in de afdeling burgerrechtelijke aansprakelijkheid van
deze polis en tegenover de verzekeraar.
Deze polis wordt beheerst door het Belgisch recht en in het bijzonder
door de wet van 25 juni 1992. De
voornaamste bepalingen die door deze wet gereglementeerd worden, zijn
hierna samengevat.
BEPALINGEN BETREFFENDE DE SCHADEREGELING
1 Wanneer zich een gebeurtenis voordoet waarvoor de waarborg
van deze polis geldt, dan dient de verzekerde
(of de begunstigde) een aantal verplichtingen in acht te nemen zodat de
verzekeraar de overeengekomen
prestaties kan leveren.
2 Zo wordt van de verzekerde verwacht dat hij:
- alle redelijke maatregelen neemt om de gevolgen van het schadegeval
te voorkomen of te beperken;
- binnen tien dagen na het schadegeval hiervan aangifte doet;
- alle inlichtingen verstrekt die de verzekeraar vraagt in verband met
het schadegeval en de vereiste
medewerking verleent zodat het schadegeval vlot kan geregeld worden;
- persoonlijk voor de rechtbank verschijnt indien dat nodig is en dat
hij alle rechtsplegingshandelingen stelt die
de verzekeraar nuttig acht;
- geen handelingen stelt waardoor het wettelijke recht van de verzekeraar
beperkt wordt om de gedane
betalingen terug te vorderen van de aansprakelijke derde;
- geen aansprakelijkheid erkent en geen afstand doet van verhaal, niets
betaalt of overeenkomt om te betalen
in de gevallen dat deze polis de aansprakelijkheid van de verzekerde dekt;
het louter erkennen van de feiten
of het verstrekken van eerste geldelijke of medische hulp wordt niet beschouwd
als een erkennen van
aansprakelijkheid.
3 Het niet-naleven van een voornoemde verplichting geeft
de verzekeraar het recht om de verzekerde prestaties
te verminderen of terug te vorderen ten belope van het nadeel dat hij
door het verzuim van de verzekerde heeft
geleden.
Het niet-naleven van een termijn kan echter niet als een verzuim worden
ingeroepen indien de verzekerde de gevraagde
melding zo spoedig als redelijkerwijze mogelijk heeft gedaan.
In geval van bedrog mag de verzekeraar de waarborg weigeren.
BEPALINGEN BETREFFENDE DE POLIS
1 Mededelingen
De polis werd opgesteld op basis van inlichtingen die de verzekeringnemer
verstrekt heeft.
Wanneer tijdens de duur van de verzekeringen de waarderingselementen die
vermeld zijn in de bijzondere voorwaarden
wijzigen, dan moet de verzekeringnemer dit meedelen indien door deze wijziging
het risico dat het verzekerde
voorval zich voordoet, blijvend en aanzienlijk verminderd of verzwaard
is.
2 Gevolgen bij een onjuist meegedeeld of een gewijzigd risico
a Zodra de verzekeraar verneemt dat het werkelijke risico
niet overeenstemt met het risico zoals dat
meegedeeld werd, doet hij binnen een maand een voorstel om de polis aan
te passen aan het werkelijke risico
vanaf de dag waarop hij hiervan kennis kreeg. Gaat het om een risicoverzwaring
die zich voorgedaan heeft
tijdens de duur van de verzekering, dan heeft de aanpassing terugwerkende
kracht tot op de dag van de
verzwaring.
Het staat de verzekeringnemer vrij om het voorstel tot aanpassing al dan
niet te aanvaarden.
b Indien zich een schadegeval voordoet voordat de aanpassing
of de opzegging van de polis van kracht wordt,
dan zal de verzekeraar de overeengekomen prestaties verlenen, indien het
de verzekeringnemer niet kan
verweten worden dat hij zijn mededelingsplicht niet nagekomen is.
Kan hem dit wel verweten worden, dan mag de verzekeraar de verzekerde
prestatie beperken volgens de
verhouding die bestaat tussen de betaalde premie en de premie die betaald
had moeten worden indien hij naar
behoren ingelicht was. Als de verzekeraar echter aantoont dat hij het
werkelijke risico niet verzekerd zou hebben,
dan mag hij zijn prestatie beperken tot het terugbetalen van alle premies.
c De voorgaande regeling geldt niet bij bedrieglijk opzet.
In dat geval kan de verzekeraar de wettelijke
nietigheid of verbreking van de verzekering inroepen, zijn prestatie weigeren
en de vervallen premies behouden.
3 Begin, duur en einde van de verzekering
a Begin en duur
De verzekering begint op de datum die vermeld is in de bijzondere voorwaarden,
op voorwaarde dat de polis
ondertekend en de eerste premie betaald werd.
De duur van de verzekeringen is eveneens vermeld in de bijzondere voorwaarden.
Bedraagt deze duur minder dan een jaar, dan komen de partijen overeen
dat op de einddatum een nieuwe polis
ingaat met een duur van een jaar, tenzij een van de partijen hieraan verzaakt.
Deze verzaking moet ten minste
dertig dagen voor de einddatum per aangetekende brief ter kennis gebracht
worden.
Bedraagt de duur van de verzekeringen een jaar, dan wordt deze op de vervaldag
stilzwijgend verlengd voor opeenvolgende
periodes van een jaar, tenzij een van de partijen zich hiertegen verzet
met een aangetekende brief
die ten minste drie maanden voor de vervaldag op de post afgegeven is.
De verzekering begint en eindigt telkens om nul uur.
b Opzegging
De verzekeringnemer kan tussentijds opzeggen:
- na een schadegeval, maar ten laatste een maand na de uitvoering van
de verzekerde prestatie of de
weigering ervan;
- bij een risicovermindering, indien hij binnen een maand na de aanvraag
tot premievermindering, hierover geen
akkoord bereikt met de verzekeraar.
De verzekeraar mag de verzekering opzeggen:
- na een schadegeval, maar ten laatste een maand na de uitvoering van
de verzekerde prestatie of de
weigering ervan;
- als blijkt dat het werkelijke risico zwaarder is dan het meegedeelde
risico:
- indien de verzekeringnemer het voorstel tot aanpassing van de polis
weigert of niet aanvaardt binnen een
maand na de ontvangst ervan; de opzegging moet dan gebeuren binnen vijftien
dagen;
- indien de verzekeraar aantoont dat hij het werkelijke risico in geen
geval verzekerd zou hebben; de
opzegging moet dan gebeuren binnen een maand nadat hij kennis kreeg van
het werkelijke risico;
- bij niet-betaling van de premie;
- bij een wijziging in wetgeving, indien de verzekerde prestaties hierdoor
aanzienlijk verzwaard worden.
Behalve bij niet-betaling van de premie geldt voor elke opzegging de hierna
omschreven regeling.
Een opzegging wordt gedaan per aangetekende brief, door afgifte van de
opzeggingsbrief tegen ontvangstbewijs
of bij deurwaardersexploot.
De opzegging heeft dan uitwerking na het verstrijken van een termijn van
een maand, in geval van een
aangetekende brief, te rekenen van de dag die volgt op zijn afgifte ter
post, in de andere gevallen te rekenen van
de datum van het ontvangstbewijs of van de dag volgend op de betekening.
Indien een verzekering door de ene partij opgezegd wordt, dan heeft de
andere partij het recht om tegen dezelfde
datum ook andere verzekeringen uit deze polis op te zeggen.
4 Premie en premiebetaling
a Betaling
De premie, met inbegrip van de taks, is vooraf verschuldigd en is eisbaar
op de vervaldag.
De premie wordt op elke vervaldag aangepast volgens de criteria aangeduid
in de bijzondere voorwaarden.
De verzekeringnemer houdt een logboek bij waarin hij dag per dag het aantal
vrijwilligers inschrijft waarop hij
beroep doet. Dit logboek kan te allen tijde worden ingezien door de verzekeraar.
Als de verzekeringnemer een premie (met taks ) niet betaalt, dan maant
de verzekeraar hem aan tot betaling.
Deze ingebrekestelling gebeurt per aangetekende brief of bij deurwaardersexploot.
De gevolgen van niet-betaling
van de premie (schorsing en/of opzegging) worden in de ingebrekestelling
vermeld.
b Tariefverhoging
Als de verzekeraar zijn tarief verhoogt, mag hij de premie aanpassen vanaf
de eerstvolgende premievervaldag,
maar de verzekeringnemer mag de polis opzeggen tegen die vervaldag. Deze
opzegging moet gebeuren binnen
dertig dagen nadat de verzekeraar hem van de verhoging op de hoogte gebracht
heeft. Gebeurde de
kennisgeving minder dan drie maanden voor de vervaldag, dan heeft de opzegging
uitwerking op de
daaropvolgende vervaldag.